Driewieler: paard. De berijder zit op het paard, dat op 1 voorwiel en 2 achterwielen rijdt. Voor het hoofd van het paard steekt een as met aan beide uiteinden een slinger met handvat waarmee de as in beweging wordt gebracht. Binnen in het hoofd is een tandrad op de as bevestigd waarover een ketting loopt naar het tandrad op de achteras en waardoor de achterwielen in beweging worden gebracht. De besturing geschiedt door de voeten op de steunen aan weerszijden van de vooras te plaatsen en het voorwiel te laten wenden. Paard: bruin met zwarte ogen. Leren zadel en zadeldek. Onder het paard, naar de achteras, 2 gietijzeren steunstukken met ajour-ornament: roodgeschilderd.