Leefde van 1644 tot 1716. Hij was hoogleraar aan het Athenaneum en doceerde Griekse- en Latijnse Letterkunde. Naderhand was hij Burgemeester en Cameraer van de stad Deventer. Borststuk met gelaat naar de toeschouwer gewend, grote blonde pruik over de schouders hangend, paarsrode kamerjas of mantel, met wit bont omzoomd. Met originele lijst toegeschreven aan Derck Daniels. De 8 cm brede gouden lijst is van peppel- of lindenhout gesneden, versierd met cartouches. Op cartouche lijfspreuk van Cuper: HONESTA SUOPTE INGENIO (Tacitus, vrij vertaald: 'Uit eigen aandrift streeft de man, ook zonder beloning, naar wat goed en eerbaar is'.)