De belegering en de hongersnood van Samaria (2 Koningen 6): Hier vertelt een vrouw de koning dat de nood zo hoog is dat haar eigen kind is opgegeten. Koning Joram verscheurt hierop in wanhoop zijn kleding. De tekening toont echter eerder een nieuwsgierige dan een wanhopige koning, en van het stuk trekken van kleding is geen sprake. Het vervolg van deze vertelling klopt wel met wat er te zien is en correspondeert bovendien met 2 Reg:7. De profeet Elisa voorspelt dat de hongersnood snel over zal zijn. En inderdaad breekt het vijandelijke leger het beleg op en laat haar voorraden achter. Die worden vervolgens door de hongerige bevolking de stad binnen gebracht. In het gedrang wordt een man vertrapt, die met uitgestrekte armen op zijn rug ligt. Een vrouw, die de toeschouwer aankijkt, wijst naar hem.
(met dank aan dhr. R. Schillemans, zie ook het Deventer Jaarboek 2022)
De redding van Samaria
De stad Samaria werd omsingeld door het leger van de Arameeërs. Er was grote honger en wanhoop. De profeet Elisa zei dat God de volgende dag overvloed zou geven, maar niemand geloofde hem. Buiten de stad zaten vier melaatse mannen. Ze besloten naar het Aramese kamp te gaan, omdat ze toch niets te verliezen hadden. Toen ze daar aankwamen, was het kamp leeg. God had het Aramese leger bang gemaakt, zodat het was gevlucht. De mannen brachten het goede nieuws naar de stad. Samaria werd gered en er was weer genoeg voedsel voor iedereen.