Ronde ketel met conische rand met spijkerbeslag en gaten in de bodem; de ketel hangt aan een ketting; Historie: 'sedert onheuglijke tijden hangt de ketel aan de Waag; zij heeft gediend tot het levend koken in water of olie van een valsemunter'; een valsemunter werd zwaar gestraft; volgens een verklaring anno 1553 door de afgevaardigden van de steden Nijmegen, Deventer, Kampen en Zwolle straften zij muntmeesters, schuldig aan vervalsing: 'gelick een muntmeister eertides bynnen Deventer gesoden is, davi die ketell alnoch hangt, dair konde men alnoch well eenen yn sieden'; dit slaat op de strafoefening in 1434 op 'den muntmeister van Baten Borch' toegepast; toen werd ter vervanging van 'den olden ketel' blijkens de kameraarsrekeningen 'enen ketel gecoft, dair die muntemeister ingesoden wart'; volgens overlevering zou de Franse bezetting in 1813 er de gaten in geschoten hebben.