gotische deur; model: bestaande uit 3 planken overlaps aan elkaar gevoegd; aan de voorzijde dikkere hor en verticale regels waarvan de bovenregel aan de bovenzijde boogvormig is afgerond; de gehele deur is met ijzeren spijkers beslagen; horizontale geleding door telkens 3 naast elkaar geplaatste vierkanten tussen de dwarsregels met cirkels omgeven in 5 rijen boven elkaar; aan de binnenkant een ijzeren klink en 2 grendels boven en beneden waar, even onder rechts 2 scharnieren met lange smalle uitlopende ijzerbeslagen banden met omgebogen einden: staarthengsels; decoratie: tussen cirkels en vierkanten kleine bol-holvormig uitgestoken driehoekjes; over gehele deurvlak gelijkmatige ritmische verdeling van bespijkering, cirkels met ingeschreven vierkanten en driehoekjes