De bak van de lepel is ovaalvormig. De platte boven en onderkant van de steel hebben afgeschuinde zijkanten, zodat de doorsnede van de steel zeskantig is. Bij de overgang van de steel naar de bak zit aan de achterzijde een naald of rattestaart. De steel heeft een breder uitlopend steeleinde met inkepingen (pied de biche). De lepel is gemaakt door Gerrit Jan van den Sigtenhorst (1833-1874), tot 1872 tinnegieter te Deventer. Het merk vertoont het verval van het tinnegietresambacht, daar er van de roos slechts een paar stippen zijn overgebleven.