De bak van de lepel is ovaal van vorm. De platte boven en keerzijde van de steel hebben afgeschuinde zijkanten, zodat de steel in doorsnede zeshoekig is. Bij de overgang van de steel naar de bak zit aan de keerzijde een dubbel lofje. Over het midden van het breder uitlopende gewelfde steeluiteinde loopt een reliƫflijn.