a: Wollen onderrok, paars-rose kleur met korte smalle bruine en lichte streepjes; sluiting met dubbele haak en oog. b: Katoenen onderrok, blauw met smal wit streepje, sluiting met banden. c: Katoenen onderrok, heel fijn gestreept, bijna effen blauw, sluiting met banden. d:Katoenen wit keper onderrok met bandsluiting. e: Katoenen onderrok, wit, onder plooien en brede strook waarop kantstrook; sluiting d.m.v. banden. f:Katoenen onderrok, blauw-wit wafeltjes, goed, onderkant na licht-blauw bandje, ruim, sluiting met banden. g: 2 stuks onderrokken van zwaar wit keper katoen; sluiting met banden, nieuw! h: Onderrok van wit, damast-achtig katoen, brede ruime onderbaan van ander patroon en onderaan kantstrookje, sluiting met banden. De blauwe katoenen rokken waren meestal boeren- en volksdracht.